alea jacta est
Vorig jaar na enkele jaren van verwerking, eigenlijk meer aanvaarden van het feit dat er nooit kinderen komen, waren we er klaar voor. We zijn toen naar de huisarts gegaan en die heeft ons in contact gebracht met de afdeling fertiliteit van het UZA. In juli hadden we een afspraak met ene prof dr. Luc Delbeke.
Daar toegekomen kregen we direct te horen dat we een beetje bloed mochten afstaan voor verder onderzoek. En dan kwamen de gebruikelijke onderzoeken eraan. Dit om te weten waar de oorzaak zit. In augustus kregen we dan de uitslag. Dit duurde zo lang omdat er ook DNA onderzocht werd naar erfelijke dingetjes.
In augustus kregen we dan te horen wat we al wisten, hoewel het meeviel eigenlijk. Er waren (zijn) enkel problemen bij mij. De kwaliteit van het sperma was nogal slecht. Maar ze zouden ons kunnen helpen met een methode die ICSI heet. We hadden zelfs geluk en zouden direct met een behandeling kunnen starten. Maar eerst moesten we dan een gesprek hebben met een psycholoog en ook met een verpleegkundige daar voor een intake gesprek. De verpleegkundige zou ons dan uitleggen hoe de behandeling in zijn werk gaat. De behandeling startte met 1 maandje de pil innemen, raar maar waar. Het vervolg van de behandelingen zouden we dan op het intake gesprek wel te horen krijgen. Dat gesprek zou dan een weekje later doorgaan.
Het gesprek met de psycholoog was eigenlijk stom. Het was meer van hoe je tegen die behandeling aanstond en waarom hadden we zolang gewacht voor we deze stap hadden gezet.
De eerste stap was gezet.